Transitievergoeding bij ziekte

Woensdag 12 april 2017

Sinds medio 2015 moeten werkgevers een transitievergoeding betalen bij ontslag, dit is ook van toepassing op de zieke werknemer aan het einde van de loondoorbetalingsperiode.

Compensatie
Aanvankelijk wilde de Politiek de transitievergoeding weer afschaffen bij ontslag na langdurige ziekte. Dit is echter van de baan omdat het in strijd zou zijn met Europese wetgeving. Als reactie hierop is op 23 maart 2017 een wetsvoorstel ingediend om de werkgever te compenseren voor de transitievergoeding na langdurige ziekte.

De werkgever dient deze vergoeding (aldus het wetsvoorstel) zelf bij het UWV aan te vragen. De vergoeding bedraagt de transitievergoeding (zonder rekening te houden met de transitie- en inzetbaarheidskosten), gemaximeerd op het bruto loon dat de werkgever heeft betaald tijdens de ziekte. Het is niet van belang hoe de arbeidsovereenkomst eindigt. Ook bij beëindiging met een vaststellingsovereenkomst en bij tijdelijke contracten die van rechtswegen eindigen, ontvangt de werkgever deze vergoeding.

Bij een verlengde loondoorbetalingsperiode telt die periode niet mee bij de berekening van de compensatie. Als er geen wettelijke noodzaak is voor een transitievergoeding, dan kan de werkgever de compensatie niet aanvragen. Ook kan er bij cao worden afgeweken van de wettelijke regelingen voor het berekenen van de transitievergoeding.

Financiering
De compensatie vindt plaats vanuit het Awf (Algemeen Werkloosheidsfonds). De uniforme premie wordt verhoogd om de lasten de dragen. Om de terugwerkende kracht van dit wetsvoorstel te financieren, wordt in 2019 de Awf-premie verhoogd.

Ingangsdatum
Zowaar de beoogde ingangsdatum pas 1 januari 2019 is, spreekt het wetsvoorstel over een terugwerkende kracht vanaf 1 juli 2015. De werkgever dient binnen 6 maanden een aanvraag in te dienen. Deze 6 maanden geldt ook vanaf 1 januari 2019 voor de vergoedingen verstrekt tussen 1 juli 2015 en 1 januari 2019.


Terug naar overzicht